Wat blijft er over van de Brusselse industrie, die meer dan een eeuw lang de grootste van alle stedelijke industriebekkens in België was? Correcter is te spreken van productieactiviteiten in plaats van van industrie: de studie analyseert immers ook minder traditionele, eerder immateriële productie, zoals de audiovisuele productie.
Een vierde van de oppervlakte voor productieactiviteiten werd omgevormd voor andere bestemmingen, vooral in het stadscentrum. Tegelijkertijd werden in het noorden en het zuiden van de agglomeratie, dichter bij de snelwegen, nieuwe sites aangelegd.
De sector van de metaalbewerking en machinebouw, die al lang sterk aanwezig is, heeft zijn eigenheid weten te handhaven, dankzij de twee grote auto- en vliegtuigbouwers, maar ook dankzij de herstelwerkplaatsen van de MIVB en de NMBS en kleinere privéwerkplaatsen.
Daarnaast neemt ook de logistiek een belangrijke plaats in: de grote opslagplaatsen worden vooral gebruikt door de groothandel, terwijl in andere dan weer bijvoorbeeld banden of kledij worden gerecycleerd.
De productieactiviteiten zijn dus zeer uiteenlopend. Bovendien is de semi-industriële vastgoedmarkt een markt waar vraag en aanbod sterk spelen. Zo sterk zelfs dat het aanbod de vraag niet altijd volledig kan volgen.
We moeten komaf maken met het fatalisme als zouden de maaksectoren gedoemd zijn te verdwijnen (...) In Duitsland is iedereen overtuigd van de absolute noodzaak om een sterke industriële basis te behouden. Dat stelt econoom Geert Noels.Gaat dit ook op voor Brussel? Zeer zeker. Ook in Brussel moet de nog aanwezige industriële basis worden gevrijwaard en zelfs verder uitgebouwd.
Om de schijnbaar absurde aanwezigheid van grote industrievestigingen in Brussel te begrijpen, moeten we terug in de geschiedenis.
De kiem voor de beslissing van Audi Brussels om anno 2011 in Vorst 120.000 auto's te bouwen, ligt in 1805. Volkswagen was niet de enige autobouwer in de omgeving: ook Citroën had er al meer dan twintig jaar een fabriek. In Machelen, in het noorden van de agglomeratie, deed Renault net hetzelfde.
Heel belangrijk in een dergelijk complexe activiteitensector zijn ook de synergieën.
SABCA, opgericht in 1920, produceert vandaag gesofisticeerde onderdelen voor de lucht- en ruimtevaart. Het bedrijf werkt onder meer mee aan de Airbus- en Arianeprogramma's.
Maar er zijn nog andere voorbeelden van die complementariteit.
Kartonbedrijf Imprepack uit Sint-Jans-Molenbeek bijvoorbeeld legt zich toe op de productie van pralinedoosjes. Niet onlogisch in deze buurt van Brussel, het mekka van de praline.
De grote industriële slagerij Viangro in Anderlecht levert aan de grootdistributie; de industriële wasserij Elis, eveneens in Anderlecht, ligt vlakbij haar klanten (hotels, kantoren ...).
De audiovisuele media hebben zich op hun beurt gegroepeerd omdat het gemakkelijker was om interviews over de actualiteit met een paar minuten verschil op elke site op te nemen.
Zo bevindt zich in Schaarbeek een audiovisuele cluster rond de VRT, de RTBF en Canal+. Ook de zetel van RTL is er intussen gevestigd. De vestiging op die plaats was een bewuste keuze om voordeel te kunnen halen uit de nabije concentratie van bedrijven uit dezelfde activiteitensector.
De administratie heeft deze studie opgevat als een onderzoek naar de plaats van logistieke en productieactiviteiten in Brussel ten opzichte van de situatie een vijftiental jaar geleden.
De verborgen leegstand - de oppervlakten die niet beschikbaar zijn op de markt - lijkt op het eerste gezicht enorm (67 %). We maken evenwel een onderscheid tussen:
1) sites waarvoor een stedenbouwkundige vergunning werd uitgereikt (3 %);
2) sites waarvoor een officieus project bestaat (32 %);
3) langdurig verlaten vastgoed (15 jaar, 8 %) en recenter verlaten vastgoed (19 %). Samen goed voor 190.000 m²;
4) sites waarvoor de bezetting precair en onzeker is = “andere” (5 %).
Vele sites moeten worden gesaneerd. Dit betekent echter nog niet dat het stadskankers zijn. Dat de bodem moet worden gesaneerd, vertraagt - soms voor een lange tijd - gewoon de weg naar een nieuwe toekomst.
De vraag: in een jaar tijd registreerde de GOMB 275 aanvragen, samen goed voor 697.900 m².
Slechts een deel van de aanvragen, 244.105 m² (3.291 potentiële jobs), voldeed aan de criteria om te kunnen worden erkend door de raad van bestuur van de GOMB.
Een groot deel van de aanvragen wordt niet geconcretiseerd.
72 % van de vraag komt vanuit het Brussels gewest zelf, 14 % vanuit Vlaanderen (bijna uitsluitend uit de nabije Rand rond Brussel) en 10 % vanuit Wallonië.
Het aanbod: het aanbod in het GOMB-patrimonium (gronden en gebouwen) was goed voor 129.346 m² of 31 % van het volledige aanbod.
Inventimmo heeft vastgesteld dat het aanbod in zeven jaar tijd met 56 % gedaald is.
Brochure "Overzicht van de productieactiviteiten"